Tips voor sportfotografie
Sportfotografie is een van de meest spectaculaire, maar ook lastigste disciplines. Alles draait om fracties van seconden, perfecte timing en de juiste technische beheersing. Wil je sporters haarscherp in ‘the heat of the moment’ vastleggen, maar zoek je nu nog handvatten? Met deze tips ben jij de ster op het veld!
Hoe stel je je camera in?
Bij het vastleggen van de sport is de sluitertijd van groot belang. Vaak zijn de bewegingen snel. Een sluitertijd tussen de 1/500 en 1/2000, afhankelijk van wat je wilt vastleggen is dan van toepassing. De vuistregel hierbij is, hoe sneller je onderwerp beweegt, hoe sneller je sluitertijd moet zijn. Een sluitertijd van 1/500 is geschikt voor langzamere sporten, een sluitertijd van 1/1000 is de ‘sweet spot’ voor de meeste veldsporten zoals voetbal en hockey en de sluitertijd van 1/2000 is ideaal voor motorsport en wielrennen, met deze sluitertijd kan je zelfs haarscherp opspattend zand vastleggen.
Omdat je sluitertijd snel moet zijn, om de actie vast te leggen, ontkom je er niet aan dat je de ISO-waarde soms ook hoger ingesteld moet worden. Buiten in daglicht kan je sneller kiezen voor een ISO van 200 tot 800, terwijl bij zowel zware bewolking als binnen je ISO wellicht moet opschroeven naar 3200. Dit betekent dat je ook te maken zal hebben met ruis. Dit kan je in de nabewerking iets verbeteren waar nodig.
Je diafragma speelt net zo’n belangrijke rol. Vooral bij sport wil je je onderwerp van de achtergrond losmaken. Een groot diafragma (een laag f-getal), zoals f/2.8 en f/4.0, creëert een scherptediepte en kan het actiemoment goed vastleggen. Tevens hoef je door de diafragma niet je ISO extreem hoog te doen, waardoor je minder ruis hebt.
Zo stel je je camera scherp
Je onderwerp is continu in beweging. Om ervoor te zorgen dat je de focus behoudt op je onderwerp, stel je autofocus ( AI Servo of Continue Servo-AF) in. De camera blijft dan scherpstellen op je onderwerp. Gebruik slechts één scherpstelpunt, in plaats van alle scherpstelpunten. Dit voorkomt dat je camera per ongeluk scherp stelt op een andere sporter of toeschouwer. Zet daarbij gelijk je camera in burst mode (continu-opname), zo schiet je meerdere foto’s achter elkaar en vergroot je de kans dat het perfecte moment erbij zit.
Gebruik deze objectieven voor sportfotografie
Er zijn tal van objectieven, maar met het juiste objectief zorg je ervoor dat elke beweging haarscherp en gedetailleerd wordt vastgelegd. Het objectief is soms nog belangrijker dan de camera zelf. Het is belangrijk dat het objectief twee dingen snel doet: scherpstellen en zoomen.
Een ‘allround’ objectief is een 70-200mm f/2.8. Deze laat genoeg licht binnen en zorgt voor een onscherpe achtergrond waardoor je onderwerp los komt. Als je onderwerp meer op afstand is, kan je kiezen voor een 100-400mm of een 150-600mm. Hier kan je ver mee inzoomen, zodat je ook acties aan de andere kant van een veld, zaal et cetera kan vastleggen. Je haalt je onderwerp naar je toe. Een nadeel is dat het maximale diafragma vaak een hoog getal is, zoals f/5.6. Hierdoor moet je de ISO wel meer omhoog zetten.
Mocht je binnen fotograferen, zoals een sporthal, is een 85mm of 135mm ideaal. Een objectief met een vast brandpuntafstand heeft vaak een groter diafragma getal, zoals f/1.8 of zelfs f/1.4. Dit maakt de objectief ideaal voor het binnen fotograferen.
Daarnaast is het gebruik van een statief of monopod een handig hulpmiddel. Hiermee heb je meer stabiliteit en vooral voor zware objectieven is het fijn om deze niet voortdurend vast te houden.
Het maken van de foto
Om in te spelen op een actie, is het handig om de sport te begrijpen. Ken de regels van de desbetreffende sport die je vastlegt. Als je een sporter vastlegt, is je standpunt, focus en compositie van groot belang. Om de sporters er indrukwekkend, groot en actief uit te laten zien, kan je het beste vanaf een laag standpunt fotograferen. Ga door je knieën, of zet je statief lager. Geef de sporter ruimte in je foto. Als deze naar rechts beweegt, zorg er dan voor dat er rechts meer ruimte is dan links. Focus daarbij op de ogen. Als je de concentratie en emotie ziet, spreekt de foto veel meer.
Wil je jezelf uitdagen? Dan kan je ook een combinatie van snelheid bevriezen en de achtergrond laten vervagen door bewegingsonscherpte toepassen. Dat wordt ook wel panning genoemd. Dit effect creëer je door een langere sluitertijd, zoals 1/50 of 1/25, in te stellen en mee te bewegen met je onderwerp. Door de beweging van de camera blijft je onderwerp scherp in beeld en word je achtergrond door bewegingsonscherpte vervaagt. Deze techniek wordt veel gebruikt door motorsport fotografen, die met hoge snelheden te maken krijgen.
Bewerk je foto's na
Als je de foto’s hebt gemaakt, let dan tijdens het uitzoeken ervan op de scherpte en emotie van de sporter. Is de emotie zichtbaar? Zie je de ogen? Dit zijn belangrijke overwegingen in het selecteren van de foto’s. Als je ze eenmaal hebt uitgezocht, kan je er voor kiezen om deze na te bewerken.
Als je de foto wilt bijsnijden, zorg er dan voor dat je nog ruimte vrij laat in de richting waarin een sporter kijkt of heen beweegt en trek de horizon recht (tenzij dit een bewuste keuze is). Mocht er ruis zijn, kan je dit soms een beetje verhelpen met verschillende tools. Hier en daar kan je de witbalans herstellen, denk aan een groene gloed op kleding of gezicht van een voetballer of gele lichten op het hoofd of lichaam van de sporter.
Sportfotografie is een kwestie van blijven oefenen en experimenteren. Speel met je instellingen en nabewerking, probeer eens een andere compositie of objectief. Gaandeweg krijg je het onder de knie.