Tips voor het fotograferen van water en olie
Heb je zin om abstracte foto's te maken? Op deze pagina ontdek je wat je nodig hebt voor het fotograferen van water en olie én lees je handige tips!
Lees verder
Lisette Geel
Het uitgangspunt bij ICM-fotografie is niet zo moeilijk. Je beweegt je camera tijdens het fotograferen met een langere sluitertijd. Wanneer je dat een beetje onder de knie hebt, komt al snel de volgende vraag. Hoe maak je een interessante ICM-foto? Daarbij blijkt focus op contrast een handig hulpmiddel.
Contrast is het verschil tussen beeldelementen. Dat kan zitten in licht en donker, in kleur, in scherpte, in vorm of in textuur. Een donker vlak naast een licht vlak. Een rustige partij tegenover een drukke. Een zachte overgang naast een harde lijn. Zonder contrast wordt een beeld vlak en ongedifferentieerd. Contrast hoeft niet groot of extreem te zijn. Ook kleine verschillen kunnen werken, zolang ze bewust worden ingezet. Het gaat niet om effect, maar om samenhang, zorg dat elementen elkaar versterken door hun verschil.
Bij ICM levert een hoger contrast vaak een aantrekkelijker resultaat op, simpelweg omdat een laag contrast gemakkelijk verdwijnt in de beweging. De belangrijkste contrasten in ICM-fotografie liggen wat mij betreft op drie terreinen: kleur, licht en structuur.
Een gewoon grasveld met verschillende tinten groen is voor ICM vaak niet zo interessant, tenzij je zo dicht op het gras zit dat die nuances ook in de beweging zichtbaar blijven. Veel sterker is het contrast tussen bijvoorbeeld de lucht en het gras. Twee kleurvlakken die, mits je meebeweegt met de horizon, een duidelijk spanningsveld creëren. Zoek daarom naar opvallende kleurverschillen. In een drukke winkelstraat kan een geel huis of een rode paraplu al het verschil maken. De zee wordt vaak interessanter met een donkere regenwolk erboven of met de opkomende of ondergaande zon. Bovendien worden kleuren door de langere sluitertijd vaak helderder, wat het kleurcontrast nog verder kan versterken.
Ook het contrast tussen licht en donker kan een foto spannender maken. Het spel van zon en schaduw heeft hierbij een groot effect. Door de langere sluitertijd worden lichte delen vaak nog lichter, waardoor je direct licht naast donkere vlakken kunt plaatsen. Beweging van schaduw naar licht kan zorgen voor vloeiende, maar toch dynamische overgangen.
Soms schijnt de zon door een object heen, zoals een blad of een laken aan een waslijn, waardoor dat element extra oplicht. Zowel buiten als binnen kun je spelen met lichtbronnen, ook met kunstlicht. Denk aan donkere straten met neonreclame of de achterlichten van auto’s in een file.
Sterke structuren blijven zichtbaar, zelfs in beweging. Gladde vlakken geven juist rust. Door deze twee te combineren, vergroot je het effect van je foto. Denk aan een boom in een landschap, een huis in een straat of een persoon op het strand. Ook op kleinere schaal werkt dit goed: boomschors naast een egale lucht, bladeren naast water of een muur met reliëf of graffiti naast een rustig vlak. Hoe krachtiger de structuur, hoe duidelijker deze zichtbaar blijft. Tegelijk geldt: hoe sneller je beweegt, hoe meer de structuur oplost.
Naast kleur, licht en structuur zijn er nog andere contrasten die een rol kunnen spelen in ICM-fotografie. Contrast in beweging ontstaat bijvoorbeeld wanneer je een draaiende beweging maakt met een relatief stil middelpunt. Een deel van het beeld blijft herkenbaar, terwijl de rest vervaagt. Ook binnen andere bewegingen kun je variëren. Contrast in scherpte zit in het verschil tussen meer en minder scherp. Een klein element tegenover een open, vage ruimte kan al voldoende zijn. Contrast in ritme ontstaat wanneer bepaalde elementen zich herhalen, strepen, bewegingen of kleuren, terwijl andere delen juist doorbreken. Contrast in richting kan binnen één opname ontstaan, bijvoorbeeld door verticaal te bewegen bij horizontale onderwerpen of andersom. Ook meervoudige belichting kan hierbij helpen. Het resultaat is niet altijd voorspelbaar, maar soms levert het subtiele spanning op. Contrast in nabijheid gaat over dichtbij en veraf. Een deel van het beeld voelt tastbaar, terwijl een ander deel letterlijk op de achtergrond blijft. Dit verschil ontstaat niet alleen door scherpte, maar ook door kleur, beweging en dichtheid.
Stel je camera zo in dat je met een langere sluitertijd werkt en zoek een onderwerp met kleuren die sterk op elkaar lijken. Maak hiervan een ICM-foto en bekijk het resultaat. Zoek daarna bewust naar contrast. Dat kan overal zijn: in je woonkamer, bij de overgang tussen muur en vloer, tussen stoel en tafel, een zwarte kat op een witte tafel of een rode bloem tussen gele bloemen. Maak opnieuw een foto met beweging. Let erop dat je meebeweegt met de grens tussen de contrasterende elementen, in plaats van ertegenin te bewegen, voor het meest krachtige effect. Kijk vervolgens wat het contrast doet met het beeld.
ICM-fotografie draait om beweging, maar beweging alleen is niet genoeg. Door vooraf bewust te kijken naar contrast geef je richting aan het loslaten. Contrast helpt om spanning te creëren, zelfs wanneer vormen vervagen. Door telkens één duidelijk contrast als uitgangspunt te nemen, wordt ICM steeds minder toeval, maar een bewuste manier van kijken en werken.
Urth 77mm UV, Circular Polarizing (CPL), ND64, Soft Grad ND8 Lens Filter Kit Plus+

Lisette Geel fotografeert al ruim 35 jaar. Experimenteren en creativiteit vooropstaan. Met haar ervaring en creatieve visie weet ze anderen te inspireren tijdens lezingen en workshops om met een nieuwsgierige blik achter de camera te staan.
Bekijk alle berichtenHoud mij op de hoogte van laatste nieuwtjes, interessante blogs en aanbiedingen.